Panoptapolitiek die je kunt volgen
Brongebonden Panopta-paginaUitslag en stemmen komen uit Tweede Kamer Open Data; Panopta maakt de samenhang leesbaar.

Wonen · Aangenomen

Praktijkvoorbeelden moeten vroege inspraak bij woningbouw versterken

De Kamer nam unaniem het verzoek aan om goede voorbeelden van vroege participatie bij woningbouw te bundelen en actief te delen met gemeenten en initiatiefnemers. Het Kenniscentrum Woningbouw krijgt die taak binnen de versnellingsaanpak, maar de motie legt geen uniforme participatiemethode of resultaat vast.

AangenomenHanneke Steen (CDA), Pieter Grinwis (ChristenUnie), Robert van Asten (D66)

Gepubliceerd door Panopta op Bijgewerkt op

In gewone taal

Wat stelde deze motie voor?

De motie legde deze keuze voor: het bundelen van goede voorbeelden van vroege participatie bij woningbouw.

De Tweede Kamer nam het voorstel aan met 150 zetels voor en 0 tegen. Daarmee ligt er een politieke opdracht aan het kabinet; deze uitslag zegt nog niet dat het verzoek al is uitgevoerd.

Officiële formulering

Motie van het lid Van Asten c.s. over het bundelen van goede voorbeelden van vroege participatie bij woningbouw

Procedureel gevolg

Daarmee ligt er een politieke opdracht aan het kabinet; deze uitslag zegt nog niet dat het verzoek al is uitgevoerd. Lees wat een motie juridisch betekent.

Context

Waar dit echt over gaat

De motie vraagt niet om nieuwe participatieregels. Zij vraagt de regering bestaande goede voorbeelden te verzamelen, actief onder gemeenten en woningbouwinitiatiefnemers te verspreiden en dit werk bij het Kenniscentrum Woningbouw onder te brengen als onderdeel van de versnellingsaanpak.3

Bij een gewone aanvraag om een omgevingsvergunning moet de aanvrager melden of participatie plaatsvond en wat het resultaat was, maar participatie is meestal vrijwillig. Alleen voor door de gemeenteraad aangewezen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kan zij een verplicht aanvraagvereiste zijn.4

Een evaluatie van de omgevingsvergunning laat zien dat veel gemeenten al beleid en handreikingen hebben, terwijl de praktische invulling uiteenloopt. Geïnterviewde bevoegde gezagen konden nog niet vaststellen dat het aanvraagvereiste landelijk tot meer participatie leidt; slecht georganiseerde participatie kan verkeerde verwachtingen wekken.5

Het kabinet kondigde het Kenniscentrum Woningbouw eerder aan als onderdeel van Uitvoeringskracht Woningbouw, uitgevoerd door VNG en Platform31. Het centrum moest vanaf 1 juli 2026 bestaande kennis over versnelling bundelen en gemeenten helpen methoden in hun organisatie en werkprocessen toe te passen.6

Wie raakt dit?

Veel gemeenten hebben al uitleg, maar kwaliteit blijft projectafhankelijk

Het aandeel gemeenten met een handreiking toont dat er al veel lokale kennisproducten bestaan die het kenniscentrum kan vergelijken en verspreiden. Het cijfer meet niet de kwaliteit van die voorbeelden en evenmin of vroege participatie bezwaar, beroep of bouwtijd vermindert.

77%van de gemeenten had een handreiking of leidraad voor initiatiefnemers gepubliceerd5VNG-monitor kwartaal 1 van 2025, aangehaald in evaluatieonderzoek 2026

Zo lees je dit: De 77 procent zegt alleen dat een document beschikbaar was. Het evaluatieonderzoek stelt geen landelijk effect op draagvlak, bezwaren, beroepen of woningbouwtempo vast.

Delen of publiceren

Publiceer dit Panopta-overzicht met bronvermelding Downloaden is de privacyvriendelijke standaard. Na upload op een eigen site maakt de afbeelding geen verbinding meer met Panopta. Bronnen in de visual: Tweede Kamer, IPLO, Evaluatiecommissie Omgevingswet en VRO
Download social card Download vierkant
Voorbeeld van de exportPanopta-overzicht van de unaniem aangenomen motie over vroege participatie bij woningbouw

De politieke keuze

Wat vroeg de motie?

De regering moet goede voorbeelden van vroege participatie bij woningbouw bundelen, deze actief onder de aandacht brengen bij gemeenten en initiatiefnemers en de taak als onderdeel van de versnellingsaanpak bij het Kenniscentrum Woningbouw beleggen.34

Feit en onzekerheid

Wat weten we nu?

Vaststaat
  • De Kamer nam het verzoek unaniem aan met 150 zetels voor en geen geregistreerde tegenstemmen.2
  • Het Kenniscentrum Woningbouw was al aangekondigd als een door VNG en Platform31 uitgevoerde route voor kennisbundeling en ondersteuning van gemeenten bij woningbouwversnelling.6
  • Participatie bij een gewone vergunningaanvraag is vormvrij en meestal vrijwillig; onvoldoende participatie is geen zelfstandige grond om de vergunning te weigeren.45
  • In de VNG-monitor over het eerste kwartaal van 2025 had 77 procent van de gemeenten een handreiking of leidraad voor initiatiefnemers gepubliceerd.5
Nog open
  • Welke voorbeelden het kenniscentrum als kwalitatief goed selecteert en welke doelgroepen, projectfasen en woningbouwtypen daarin worden vertegenwoordigd.356
  • Via welk product of kanaal de voorbeelden actief bij gemeenten en initiatiefnemers terechtkomen en hoe gebruik ervan wordt gevolgd.36
  • Of de verspreide werkwijzen in de praktijk leiden tot beter geïnformeerde deelnemers, aangepast ontwerp, meer draagvlak of minder bezwaar en beroep.358
  • Wanneer het kabinet de Kamer voor het eerst over uitvoering, bereik en leerresultaten van deze specifieke opdracht informeert.36

Van besluit naar gevolg

Wat gebeurde er, en wat volgt?

  1. 1

    Kenniscentrum aangekondigd

    Het kabinet kondigde aan dat VNG en Platform31 via het Kenniscentrum Woningbouw bestaande versnellingskennis zouden bundelen en gemeenten ondersteunen.6

  2. 2

    Participatieopdracht voorgesteld

    Van Asten, Grinwis en Steen vroegen om de landelijke kennisroute specifiek ook voor goede voorbeelden van vroege woningbouwparticipatie te gebruiken.3

  3. 3

    Motie unaniem aangenomen

    Alle geregistreerde fracties steunden het verzoek; daarmee ligt er een opdracht tot bundeling, actieve verspreiding en organisatorische belegging.23

  4. 4

    Voorbeelden en bereik controleren

    Het volgende controlepunt is een openbare bundel, ondersteuningsproduct of voortgangsrapportage waarin selectie, verspreiding en bereik zichtbaar worden.36

Officiële identiteit

Kamerstuk 33 118, nr. 329

Officiële titel
Motie van het lid Van Asten c.s. over het bundelen van goede voorbeelden van vroege participatie bij woningbouw
Ingediend
25 juni 2026
Besloten
30 juni 2026
Type en stadium
Motie · Aangenomen

Onderdeel van een motieserie. Dit voorstel vroeg om het bundelen van goede voorbeelden van vroege participatie bij woningbouw; de nabijgelegen motie legt een andere vraag binnen hetzelfde dossier voor.

Volledige stemregistratie

Wie stemde voor en wie tegen?

150 voor · 0 tegen. Wanneer een fractie verdeeld stemde, toont Panopta de fractie aan beide kanten en benoemt het de gekoppelde individuele stemmen. Bekijk de actuele zetelverdeling of vergelijk het parlementaire spoor van partijen.

Voor150 zetels
  • D6626 zetels
  • VVD22 zetels
  • PRO20 zetels
  • PVV19 zetels
  • CDA18 zetels
  • JA219 zetels
  • FVD7 zetels
  • Groep Markuszower7 zetels
  • BBB3 zetels
  • ChristenUnie3 zetels
  • DENK3 zetels
  • PvdD3 zetels
  • SGP3 zetels
  • SP3 zetels
  • 50PLUS2 zetels
  • Keijzer1 zetel
  • Volt1 zetel
Waarom dit opvalt

Alle 17 geregistreerde fracties stemden voor, samen 150 zetels. De motie was daarmee unaniem aangenomen. De autoriteitsregistratie bevat geen afzonderlijke stemverklaringen en geeft dus geen motivering per fractie.

Zien en horen

De stemming in 20 seconden

Het geregistreerde stemmoment bij deze motie, met de tekstuele uitslag ernaast.

Uitslag
Aangenomen
Datum
30 juni 2026
Duur
16 seconden

Tekstbeschrijving

AankondigingDe voorzitter kondigt de motie-Van Asten c.s. over het bundelen van goede voorbeelden van vroege participatie bij woningbouw (33118, nr. 329) aan.

UitslagDe geregistreerde uitslag is aangenomen.

Beeld: Tweede Kamer der Staten-Generaal (bewerkt)

Controlelaag

Bronnen en onderbouwing

Bekijk per bron wat erin staat, waarom Panopta haar gebruikt en waar de onderbouwing ophoudt.

  1. 1

    Motie van het lid Van Asten c.s. over het bundelen van goede voorbeelden van vroege participatie bij woningbouw

    Tweede Kamer Open Data 25 juni 2026 Open datarecord

    Link gecontroleerd op
    Open bron bij Tweede Kamer Open Data
    Bekijk Panopta's onderbouwing

    Samenvatting van de bron

    Het zaakrecord bevat de bevroren formele identiteit, indieners en indieningsregistratie van de motie.

    Waarom relevant voor dit besluit

    Dit record koppelt de uitleg aan precies het verzoek van Van Asten, Grinwis en Steen.

    Hiervoor gebruikt

    • Officiële titel
    • Indieners
    • Formele indiening

    Wat deze bron niet bewijst

    Het zaakrecord bevat niet de volledige motietekst en beschrijft geen geselecteerde voorbeelden of uitvoering.

  2. 2

    Stemmingsregistratie: aangenomen

    Tweede Kamer Open Data 30 juni 2026 Stemmingsregistratie

    Link gecontroleerd op
    Open bron bij Tweede Kamer Open Data
    Bekijk Panopta's onderbouwing

    Samenvatting van de bron

    Het besluitrecord registreert de aangenomen status en de bevroren stemrichting en zeteltallen per fractie.

    Waarom relevant voor dit besluit

    Dit is de autoriteitsbron voor de unanieme uitslag met 150 zetels voor.

    Hiervoor gebruikt

    • Uitslag aangenomen
    • 150 zetels voor
    • Volledige fractieverdeling

    Wat deze bron niet bewijst

    De registratie bevat geen stemverklaringen en zegt niet hoe of wanneer het kabinet de motie uitvoert.

  3. 3

    Kamerstuk 33 118, nr. 329

    Tweede Kamer der Staten-Generaal 25 juni 2026 Volledige officiële motietekst

    Link gecontroleerd op
    Open bron bij Tweede Kamer der Staten-Generaal
    Bekijk Panopta's onderbouwing

    Samenvatting van de bron

    De volledige motietekst vraagt om goede voorbeelden van vroege participatie bij woningbouw te bundelen, actief te verspreiden onder gemeenten en initiatiefnemers en de taak bij het Kenniscentrum Woningbouw te beleggen als onderdeel van de versnellingsaanpak.

    Waarom relevant voor dit besluit

    Deze bron bepaalt alle drie materiële onderdelen van de opdracht en voorkomt dat kennisbundeling wordt verward met een nieuwe participatieplicht.

    Hiervoor gebruikt

    • Bundelen van goede voorbeelden
    • Actieve verspreiding
    • Gemeenten en initiatiefnemers
    • Belegging bij Kenniscentrum Woningbouw

    Wat deze bron niet bewijst

    De motie bevat geen selectiecriteria, deadline, budget, verplichte methode of gemeten effect op procedures.

  4. 4

    Participatie bij de omgevingsvergunning

    Informatiepunt Leefomgeving geraadpleegd 9 augustus 2026 Officiële uitvoeringsuitleg

    Link gecontroleerd op
    Open bron bij Informatiepunt Leefomgeving
    Bekijk Panopta's onderbouwing

    Samenvatting van de bron

    IPLO legt uit dat een aanvrager meldt of participatie plaatsvond en wat het resultaat was, maar dat participatie meestal vrijwillig en vormvrij is. Alleen aangewezen BOPA-gevallen kunnen een verplicht aanvraagvereiste hebben; onvoldoende participatie is geen zelfstandige weigeringsgrond.

    Waarom relevant voor dit besluit

    De bron geeft de huidige wettelijke basis waarbinnen de verzamelde voorbeelden door gemeenten en initiatiefnemers kunnen worden gebruikt.

    Hiervoor gebruikt

    • Meestal vrijwillige participatie
    • BOPA-uitzondering
    • Vormvrijheid
    • Geen zelfstandige weigeringsgrond

    Wat deze bron niet bewijst

    De pagina meet niet welke participatievorm goed is en toont geen effect op draagvlak, bezwaar, beroep of bouwsnelheid.

  5. 5

    Onderzoek omgevingsvergunning

    Evaluatiecommissie Omgevingswet 2026; geraadpleegd 9 augustus 2026 Officieel evaluatieonderzoek

    Link gecontroleerd op
    Open bron bij Evaluatiecommissie Omgevingswet
    Bekijk Panopta's onderbouwing

    Samenvatting van de bron

    Het evaluatieonderzoek beschrijft de eerste uitvoeringspraktijk van de omgevingsvergunning. Het haalt VNG-cijfers aan: 83 procent van gemeenten had participatiebeleid, 77 procent een handreiking of leidraad voor initiatiefnemers en 34 procent beoordelingscriteria in kwartaal 1 van 2025. Gesprekspartners zien nog geen vastgesteld landelijk effect en noemen ook risico op verkeerde verwachtingen.

    Waarom relevant voor dit besluit

    De bron toont hoeveel lokale documentatie al beschikbaar is, waarom bundeling nuttig kan zijn en waarom de kwaliteit en werking afzonderlijk moeten worden beoordeeld.

    Hiervoor gebruikt

    • Metric 77 procent
    • Verschillen in lokale uitvoering
    • Geen vastgesteld landelijk participatie-effect
    • Risico van slecht georganiseerde participatie

    Wat deze bron niet bewijst

    De percentages meten aanwezigheid van beleid en documenten, niet de kwaliteit daarvan. Het kwalitatieve onderzoek is geen effectmeting van deze motie en BOPA viel buiten de hoofdscope.

  6. 6

    Eerste resultaten Taskforce Versnelling Woningbouw

    Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 20 april 2026 Officiële Kamerbrief

    Link gecontroleerd op
    Open bron bij Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
    Bekijk Panopta's onderbouwing

    Samenvatting van de bron

    De brief kondigt het Kenniscentrum Woningbouw met werktitel aan als eerste concrete stap van Uitvoeringskracht Woningbouw, operationeel vanaf 1 juli 2026 en uitgevoerd door VNG en Platform31. Het centrum moet bestaande kennis bundelen en gemeenten helpen werkwijzen toe te passen.

    Waarom relevant voor dit besluit

    Deze bron identificeert de bestaande organisatie en uitvoeringsroute waaraan de motie de participatievoorbeelden wil toevoegen.

    Hiervoor gebruikt

    • Aangekondigde start 1 juli 2026
    • Uitvoering door VNG en Platform31
    • Bundeling van bestaande kennis
    • Ondersteuning van gemeenten

    Wat deze bron niet bewijst

    De brief is van vóór de motie, noemt vroege participatievoorbeelden niet als afzonderlijk product en bewijst niet dat die bundel al is verschenen.

  7. 7

    Versnellen woningbouwprocessen

    Volkshuisvesting Nederland geraadpleegd 9 augustus 2026 Actuele beleids- en uitvoeringsinformatie

    Link gecontroleerd op
    Open bron bij Volkshuisvesting Nederland
    Bekijk Panopta's onderbouwing

    Samenvatting van de bron

    De pagina beschrijft de bredere versnellingsaanpak: parallel plannen, capaciteit versterken, participatie faciliteren, bouweisen standaardiseren en wet- en regelgeving aanpassen. Bij participatie noemt het ministerie specifiek een stem en gezicht voor woningzoekenden.

    Waarom relevant voor dit besluit

    De bron plaatst de kennisbundel in de bredere aanpak en ondersteunt de mogelijke relevantie voor woningzoekenden zonder hen tot verplichte doelgroep van de motie te maken.

    Hiervoor gebruikt

    • Versnellingsaanpak als beleidscontext
    • Participatie als één van meerdere actielijnen
    • Mogelijke rol voor woningzoekenden

    Wat deze bron niet bewijst

    De pagina is geen evaluatie van vroege participatie en schrijft geen causaal effect op bezwaar, beroep of bouwtijd aan de motie toe.

  8. 8

    Impact bezwaar- en beroepsprocedures op vertraging woningbouw

    Sweco en Hekkelman Advocaten, in opdracht van BZK 14 oktober 2024 Overheidsonderzoek

    Link gecontroleerd op
    Open bron bij Sweco en Hekkelman Advocaten, in opdracht van BZK
    Bekijk Panopta's onderbouwing

    Samenvatting van de bron

    Het rapport onderzoekt vertraging door bezwaar en beroep en noemt zorgvuldig participeren en vroeg in gesprek blijven als mogelijke manieren om het aantal beroepen te beperken. Het benadrukt tegelijk dat procedures niet volledig zijn te voorkomen en dat de vroege planvorming de meeste vertraging veroorzaakt.

    Waarom relevant voor dit besluit

    De bron onderbouwt waarom vroege participatie binnen een versnellingsaanpak wordt genoemd en voorkomt dat zij als gegarandeerde oplossing wordt gepresenteerd.

    Hiervoor gebruikt

    • Vroege participatie als mogelijke procesmaatregel
    • Geen garantie dat beroepen verdwijnen
    • Planvorming als bredere vertragingsbron

    Wat deze bron niet bewijst

    Het onderzoek meet geen effect van de gevraagde voorbeeldbundel en baseert de aanbevelingen mede op een beperkte interviewgroep en ouder omgevingsrecht.